Siebe Jan uit Tolbert kiest voor infraroodpanelen

Wat doe je met de stroom die je zonnepanelen opwekken en die je niet gebruikt? Terug leveren aan de stroomleverancier of… Siebe Jan Postema uit Tolbert koos een half jaar geleden voor infraroodpanelen. Hij monteerde ze zelf aan het plafond. Een boven de eettafel en de ander boven de salontafel. Aangezien ze dezelfde witte kleur hebben als het plafond, vallen ze nauwelijks op. Ze geven vrij snel warmte af, veel sneller dan een centrale verwarming of de houtkachel. Na zo’n minuut of tien zorgen ze voor een aangename warmte en dat bevalt ook de vrouw des huizes goed! De panelen verwarmen niet de lucht, maar de objecten of personen binnen een oppervlak van 20 vierkante meter in de ruimte eronder. Hij liet zich informeren door een collega met verstand van zaken. Volgens deze persoon is het zinvoller om infraroodpanelen aan te schaffen en te gebruiken, dan de overtollige elektriciteit terug te leveren aan de stroomleverancier.

De afmeting van de panelen is ongeveer 125 x 65 centimeter en ze zijn 4 centimeter hoog. Ze kosten 330 euro per stuk en leveren een capaciteit van 650 watt. Zelf kent Siebe Jan eigenlijk niemand die ze ook heeft, maar hij weet wel dat ze in het zuiden van het land en verder over de grens heel populair zijn. Van de energie die de 15 zonnepanelen op zijn dak oplevert, houdt hij 300 kilowatt over. Die gebruikt hij nu voor de twee infraroodpanelen, waarbij je gewoon de stekker in het stopcontact stopt om ze aan te zetten.

Volgens de berekening van hun gemiddelde energieverbruik, is het aantal panelen dat er nu ligt voldoende. Achteraf had hij nog wel drie extra panelen op z’n dak gewild, zodat hij het hele huis elektrisch had kunnen verwarmen. Als hij dat alsnog zou willen realiseren, moet hij een nieuwe omvormer aanschaffen. Het huidige exemplaar is namelijk geschikt voor maximaal 16 panelen.

“We besparen energie omdat dat geld oplevert in de portemonnee. Als we jonger waren geweest, hadden we misschien nog wel meer in energiebesparende maatregelen geïnvesteerd.”

Siebe Jan Postema_2